Bladluis op de rozen, slakken in de sla, emelten in het gazon: elke tuin krijgt vroeg of laat bezoek van ongewenste gasten. Gif is lang niet altijd nodig. Vaak helpt de natuur zelf, als je haar de juiste hulp geeft. Hieronder acht ideeën, elk afgestemd op een specifieke plaag.
Zet natuurlijke vijanden in tegen de plaag zelf
1. Aaltjes tegen emelten, engerlingen en slakken
Aaltjes (nematoden) zijn microscopisch kleine wormpjes die specifieke plaagdieren in de bodem opzoeken. Voor slakken, emelten en engerlingen bestaan verschillende soorten, dus het loont om eerst te bepalen welke plaag je hebt. De bodem moet vochtig zijn en niet te koud, anders zijn de aaltjes minder actief. Je strooit of giet ze uit over het aangetaste stuk tuin, volgens de aanwijzingen op de verpakking.
2. Roofmijten voor planten met spint of trips
Roofmijten eten andere mijten en klein ongedierte, zoals spint en trips. Ze werken goed in de kas, op het terras en bij kamerplanten. Je verspreidt ze over de aangetaste planten, waarna ze zelf op zoek gaan naar hun prooi. Het werkt het best als je ze inzet bij de eerste tekenen van een plaag, niet pas als de plant er kaal bij staat.
3. Lieveheersbeestjes en gaasvliegen tegen bladluis
Een larve van het lieveheersbeestje eet in zijn jeugd veel bladluizen. Hetzelfde geldt voor gaasvlieglarven. Je kunt ze kopen en uitzetten, maar je kunt ze ook aantrekken met de ideeën verderop. Gebruik daarna geen insecticiden, want die doden de helpers net zo goed.
Vang en meet wat er rondvliegt
4. Vangplaten en feromoonvallen
Gele en blauwe vangplaten laten zien welke insecten er in je tuin of kas rondvliegen. Een feromoonval lokt gericht één soort aan, bijvoorbeeld de buxusmot. Die val bestrijdt de plaag niet altijd volledig, maar vertelt je wel wanneer de vlucht begint. Dat is het signaal om het juiste moment voor een andere maatregel te kiezen.
5. Handmatig verwijderen en controleren
Het klinkt basaal, maar een rondje door de tuin met een kritisch oog scheelt veel werk. Bladluis spuit je met een straaltje water van de plant. Slakken pak je 's avonds met een zaklamp van de border. Kijk ook onder bladeren, want daar zitten veel plagen als eerste.
Maak je tuin aantrekkelijk voor nuttige dieren
6. Wilde bloemen voor zweefvliegen en sluipwespen
Zweefvliegen, sluipwespen en gaasvliegen eten als volwassen dier nectar en stuifmeel. Een hoek met wilde bloemen, of een rand van bloeiende kruiden, houdt ze in de buurt. Hun nakomelingen ruimen op hun beurt luizen op. Kies bij voorkeur inheemse mengsels met bloemen die over een lange periode bloeien.
7. Schuilplekken voor egels, padden en vogels
Een hoop takken, een stapel bladeren of een klein poeltje trekt dieren aan die slakken en insecten eten. Mezen voeren hun jongen in het voorjaar met rupsen. Een nestkast kan dus echt helpen bij rupsenplagen. Houd een deel van de tuin wat rommelig, dan komen ze vanzelf.
Kies voor een gezonde bodem
8. Bodemverbetering en variatie in je beplanting
Planten op een levende, goed doorluchte bodem zijn weerbaarder. Compost en bladaarde helpen daarbij, en wormen verbeteren de structuur. Wissel ook wat je teelt en meng soorten door elkaar: een plaag die één plant zoekt, heeft het moeilijker in een gevarieerde border.
Herken eerst, bestrijd dan
Bij biologische bestrijding bepaalt de juiste herkenning het succes. Een aaltje tegen emelten werkt niet tegen bladluis. Een webshop als Biobestrijding biedt per plaag natuurlijke vijanden aan en publiceert plaagwijzers om schade en insect te herkennen. Zulke hulpmiddelen zijn vooral handig als je niet zeker weet wat er in je tuin zit. Bedenk ook dat natuurlijke vijanden levende organismen zijn die per post komen: bestel ze op een moment dat je ze direct kunt uitzetten.
Geen enkele methode lost alles in één keer op, en een tuin zonder enig insect bestaat niet. Het doel is een evenwicht waarin plagen niet de overhand krijgen. Combineer daarom een paar van deze ideeën, begin klein en kijk wat in jouw tuin werkt.